1
7.3458 Ha
Zand beekdal Dinkel
zie B&B
N.12.02..
Vragen over Pachtgrond.nu?
Algemeen
In pacht aangeboden object natuurlijk grasland, nabij Gronausestraat te Glane.
Kadastrale gegevens/voorvrucht
| Burgelijke gemeente | Perceel | Oppervlakte (ha) | Voorvrucht | Straat |
|---|---|---|---|---|
| Losser | LSR00 Q 2031 | 2.4878 | zie B&B | Gronausestraat |
| Losser | LSR00 Q 2032 | 0.0059 | zie B&B | Gronausestraat |
| Losser | LSR00 Q 2033 | 0.0001 | zie B&B | Gronausestraat |
| Losser | LSR00 Q 2014 | 1.0275 | zie B&B | Glanestraat (noordzijde) |
| Losser | LSR00 Q 2017 | 2.8150 | zie B&B | Glanestraat (zuidzijde) |
| Losser | LSR00 Q 943 | 1.0095 | zie B&B | Gronaustraat (nabij 457) |
Totaal oppervlakte 7.3458 Ha
Grondsoort
De grondsoort bestaat uit Zand beekdal Dinkel.
Type gebruik
Het object dient als natuurlijk grasland te worden gebruikt.
Pachtperiode
De grond wordt in geliberaliseerde pacht aangeboden voor een periode van 1 jaar, ingaande op 1 januari 2026 en lopende tot 1 januari 2027.
Na de pachtperiode van 1 jaar bestaat de mogelijkheid tot verlenging voor maximaal 5 keer één jaar, zodat de totale pachttermijn niet langer zal zijn dan 6 jaar.
Aanvaarding
Het pachtobject ontvangt u in de staat waarin het object zich bevindt ten tijde van de ingangsdatum van de pachtovereenkomst. Pachter aanvaardt het object inclusief eventuele ziekten en/of aaltjes of anderszins.
Overige informatie
Bijzonderheden:
Gronausestraat Losser Q 2031,2032,2033: Erfdienstbaarheid, opstalrecht Enexis + gem. Losser
Glanestraat (noordzijde) Losser Q 2014 : toegang via hek
Glanestraat (zuidzijde) Losser Q 2017: toegang via hek
Gronaustraat (nabij 457) Losser Q 943: toegang via oprit Gronaustraat 457
Bijzonderheden
De volgende gebruiksvoorwaarden zijn van toepassing:
Kruiden- en faunarijke graslanden (N.12.02..)
-
Tot het natuurbeheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland behoren graslanden die zich in verschillende fasen kunnen bevinden, van net omgevormde Engels raaigraslanden tot goed ontwikkelde kruidenrijke graslanden. Elk grasland vraagt daardoor om beheer dat specifiek is gericht op de fase waarin het grasland zich bevindt. In deze beheerrichtlijn wordt o.a. verwezen naar Schippers et al. (2023 – Ontwikkelen van kruidenrijke graslanden) die 5 graslandfasen onderscheidt. Fase 0, 1 en 2 zijn in feite nog ontwikkelfasen voordat sprake is van kwalitatief goed kruiden- en faunarijk grasland. Kruiden- en faunarijk grasland wordt bij een goede kwaliteit gekenmerkt door variatie in structuur (ruigte en plaatselijk struweel, hogere en lage vegetatie) en een kruidenrijke graslandbegroeiing die rijk is aan kleine fauna. Gradiënten binnen (grond)waterpeil en voedselrijkdom zorgen voor diverse vegetatietypen. Veel percelen die uit de omvorming SKNL komen, bevinden zich nog niet in fase 3 of 4. Daarom wordt in deze beheerrichtlijn onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingsbeheer (fase 0, 1 en 2) en instandhoudingsbeheer en kwaliteit verhogend beheer (fase 3 en 4).